Kindermishandeling: kijken we weg of doen we er wat aan?

Paul Sikkema

Strategy Direction

Het is een heftig onderwerp: kindermishandeling. Je zou natuurlijk willen dat mishandeling in ‘onze’ kwetsbare doelgroepen kinderen en jongeren niet voor zou komen, maar dat is helaas niet het geval. Ieder jaar worden er meer dan 100.000 (!) kinderen en jongeren tot 18 jaar mishandeld, meestal in huiselijke kring. En ieder jaar gaan daar tussen de 30 en 70 kinderen en jongeren aan dood. Misselijkmakend was bijvoorbeeld de dood van het verstandelijk gehandicapte meisje Daniëlla uit Groningen, in 2013. Zij werd letterlijk in een aantal weken ‘kapotgeslagen’ door haar stiefvader, onder andere met een honkbalknuppel. Ze werd toen al jaren mishandeld.

50.000 kindermishandelingen bekend maken

In 2008 kregen wij de kans om daadwerkelijk iets aan kindermishandeling te doen. Het ministerie van Jeugd en Gezin gaf ons, na een pitch, de opdracht voor de omvangrijke en meerjarige Campagne Aanpak Kindermishandeling. Een enorme uitdaging waar we graag onze energie in wilden steken.

De invalshoek van de campagne was als volgt. Van het genoemde aantal van 100.000 kinderen en jongeren bleken er ‘maar’ 50.000 bekend bij organisaties zoals Bureau Jeugdzorg. De campagne moest er voor zorgen dat zo veel mogelijk van de overige 50.000 kinderen en jongeren ook bekend werden, zodat ook zij hulp en bescherming zouden kunnen krijgen.

Omstanders twijfelen

Hoe moest dit gerealiseerd worden? Door ‘omstanders’ te stimuleren om vermoedens van kindermishandeling te melden bij het AMK, het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling, onderdeel van Jeugdzorg. Denk daarbij aan opa’s en oma’s, vrienden, buren, leerkrachten, huisartsen; mensen voor wie kindermishandeling niet verborgen kan blijven, hoezeer daders daar ook hun best voor doen.

We hebben bij het ontwikkelen van de campagne veel aandacht besteed aan de vraag waarom die omstanders nu geen melding van kindermishandeling maken. Een belangrijk knelpunt is dat omstanders twijfelen. Is er wel echt sprake van kindermishandeling? Heb ik het goed gezien? Mag ik me er wel mee bemoeien? Wat gebeurt er na een melding met het kind en het gezin? En: wat zijn de gevolgen voor mij, als melder? Ook is er scepsis over Jeugdzorg.

Via de campagne helpen we omstanders die vermoedens over kindermishandeling hebben. We zien situaties waarin mishandeling heeft plaatsgevonden en waarin pogingen zijn gedaan om dat te verhullen. Dat lukt nooit helemaal; er komen zinnen in beeld die als het ware boven de plek zijn blijven hangen. We geven omstanders informatie en stimuleren ze om contact op te nemen met het AMK voor ‘vrijblijvend’ overleg (zonder dat er een formele melding hoeft te worden gedaan).

Vermoedens blijven melden

De campagne, die tot eind 2011 heeft gelopen, heeft veel waardering gekregen en heeft het aantal adviesgesprekken en meldingen aanzienlijk verhoogd. Toch is nooit precies duidelijk geworden wat er daarna met de zichtbaar geworden kinderen en jongeren is gebeurd. We hadden graag gecommuniceerd dat we (bijvoorbeeld) 20.000 kinderen en jongeren extra in het vizier hebben gekregen, die nu begeleiding krijgen en (relatief) veilig zijn. Ook om vooruitgang op dit vlak te laten zien en om aan daders het signaal te geven dat er op ze gelet wordt.

Nu blijven we alleen maar de dingen horen die fout gaan. Zoals met Daniëlla. Er is bekend geworden dat haar oma haar geval van kindermishandeling heeft gemeld bij het AMK. Dat is gebeurd in onze campagneperiode (maar misschien had de campagne er niets mee te maken). Na de dood van Daniëlla moest de politie echter constateren dat “een veiligheidsplan van Jeugdzorg haar niet heeft kunnen beschermen.” Toch is het belangrijk dat omstanders vertrouwen houden en hun vermoedens van kindermishandeling blijven melden, want het is één van de weinige manieren om dit probleem ooit onder controle te krijgen.