Weer op de rails zetten van de voorlichting over de HPV-vaccinatie

Paul Sikkema

Strategy Direction

Wat was er aan de hand?

In het voorjaar van 2009 is het RIVM begonnen met het vaccineren van meisjes tegen HPV (het humaan papillomavirus). Dit virus kan een ernstige ziekte veroorzaken: baarmoederhalskanker. Voor deze eerste ronde zijn alle meisjes van 13 t/m 16 jaar in Nederland opgeroepen.

Meisjes in deze leeftijdsgroep vormden een nieuwe doelgroep voor het RIVM. De organisatie ging er van uit dat een ruime meerderheid van de meiden gewoon mee zou doen en dat er weinig voorlichting nodig zou zijn.

Dat viel echter tegen. In de media is een enorm tumult over deze vaccinatie ontstaan. Een kleine groep tegenstanders heeft met name via internet allerlei geruchten over de vaccinatie verspreid. Het vaccin zou niet goed getest zijn. En je zou van de vaccinatie onder meer kaal, onvruchtbaar en zelfs lesbisch kunnen worden. Dit ‘nieuws’ is opgepakt door televisieprogramma’s en kranten en breed verspreid geraakt.

Het RIVM en het ministerie van VWS waren hier niet op voorbereid en kwamen ook niet met een passende reactie. Veel meisjes en hun ouders zijn gaan twijfelen. Uiteindelijk heeft maar zo’n 50% van de meisjes aan de vaccinatie deelgenomen. Dat is onvoldoende.

Wat toen?

Het RIVM heeft meteen een groep experts bijeen gebracht om van gedachten te wisselen over de gerezen problemen.

Wij waren daarbij aanwezig en hebben vervolgens van het RIVM de opdracht gekregen om de voorlichting opnieuw op te zetten. Maar nu rekening houdend met de specifieke kenmerken van meisjes van 12 t/m 16 jaar en hun ouders.

We zijn begonnen met een onderzoek onder meiden en hun ouders over de vaccinatie zelf, over de oude campagne en over het rumoer in de media. Vervolgens hebben we een nieuwe campagne opgezet waarin onder andere het volgende is gedaan:

De campagne is volledig afgestemd op meiden enerzijds en op hun ouders anderzijds. Beide groepen werden op een andere manier benaderd. Er is met name goed gekeken naar psychologische en sociologische kenmerken van meiden in deze leeftijdsgroep; hoe kun je ze voor zo’n onderwerp ‘winnen’?

  • De campagne is samen met media die populair zijn onder beide doelgroepen opgezet en uitgevoerd. Onder meer met sociale media, websites en bloggers. Zij hebben de boodschap op hun eigen manier in hun eigen media verwerkt (en zo meegewerkt aan de acceptatie).

  • We hebben uitgebreid met de tegenstanders van de campagne gesproken die in de media zo veel aandacht hadden gekregen. Daardoor is de publieke weerstand voor een groot deel verdwenen en kwam er ook een dialoog op gang tussen het RIVM en de tegenstanders.

  • Ook is met de media gesproken om ze te bewegen tot een constructieve houding ten opzichte van deze vaccinatie.

  • In de campagne zijn niet alleen ouders en kinderen aan bod gekomen die voorstander zijn van de vaccinatie, maar ook die tegenstander zijn of die twijfelen. Dit om de geloofwaardigheid van de campagne te vergroten. Dit is uniek.

  • Verder hebben we het RIVM gestimuleerd om meer openheid te betrachten en om zich wat minder wetenschappelijk en zakelijk op te stellen. Voor meiden en ouders is het immers een gevoelig onderwerp. Ook hebben we ervoor gezorgd dat vragen van meiden en ouders snel en goed werden afgehandeld.

Hoe liep het af?

Dit alles heeft ertoe geleid dat de vaccinaties vanaf 2010 zonder problemen zijn verlopen. De vaccinatie is inmiddels geaccepteerd en de opkomst wordt steeds hoger. Want het is wel zo dat het tijd blijkt te kosten voordat de imagoschade, die in 2009 is aangericht, helemaal is hersteld.